Lopend onderzoek - Buitenlandse Zaken

Beleidsdoorlichting Nederland en het Europees Nabuurschapsbeleid

Deze evaluatie valt onder de beleidsartikelen 2.5 en 3.2 van de BZ-begroting

In 2018 is het onderzoek voor de beleidsdoorlichting ‘Nederland en het Europees Nabuurschapsbeleid’ voortgezet. Met het Europees Nabuurschapsbeleid (ENB) beoogt de Europese Unie bij te dragen aan een stabiele, veilige en welvarende nabuurregio, ook wel omschreven als een ‘ring of friends’. Hiertoe biedt de Unie aan haar oostelijke en zuidelijke buurlanden economische integratie, politieke associatie, mobiliteit en financiële en technische assistentie, in ruil voor hervormingen op het gebied van democratie, de rechtsstaat en de markteconomie. In 2015 is het ENB herzien. Sindsdien ligt er meer nadruk op de stabilisering van de regio, differentiatie tussen de buurlanden en meer gelijkwaardigheid en wederzijds eigenaarschap.

De onderzoeksopzet heeft de volgende onderdelen:

  • een literatuurstudie naar de effectiviteit en coherentie van het ENB
  • vier landen-specifieke casestudies van twee oostelijke nabuurschapslanden (Georgië en Azerbeidzjan) en twee zuidelijke (Egypte en Tunesië);
  • een bureaustudie aangevuld met interviews over de Europese financiële en technische assistentie aan de nabuurschapslanden;
  • een analyse van de wijze waarop Nederland het ENB mede heeft vormgegeven en uitgevoerd.

In 2015 heeft IOB de evaluatie van het Matra-programma in de landen van het Oostelijk Partnerschap (Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Georgië, Moldavië en Oekraïne) afgerond. In hetzelfde jaar verscheen de Nederlandse steun aan de transitie in de Arabische landen in Noord-Afrika (met een focus op Egypte, Jordanië, Libië, Marokko en Tunesië). Beide evaluaties dienen als bouwsteen voor deze beleidsdoorlichting, die in 2019 wordt afgerond.

Beleidsdoorlichting Consulaire dienstverlening en het uitdragen van Nederlandse waarden

Deze evaluatie valt onder beleidsartikel 4 van de BZ-begroting – Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen.

De beleidsdoorlichting betreft een synthese-onderzoek van bestaand evaluatiemateriaal over de subdoelstellingen van artikel 4. Dit wordt aangevuld met onderzoek naar de opvolging van aanbevelingen uit de beleidsdoorlichtingen ‘Cultuur als Kans: Internationaal Cultuurbeleid 2009-2014’ en ‘Publieksdiplomatie 2010-2014’ en de evaluatie Gastlandbeleid 2008-2016. IOB zal de doorlichting rond medio 2019 afronden.

Evaluatie Consulaire dienstverlening en regulering personenverkeer

Deze evaluatie valt onder beleidsartikel 4 van de BZ-begroting – Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen.

Hoe heeft het ministerie in de periode 2011-2018 uitvoering gegeven aan het beleid op het gebied van consulaire dienstverlening en visumverlening? En hoe doeltreffend is deze uitvoering geweest? Dit zijn de centrale vragen van deze beleidsevaluatie. De focus ligt op de onderwerpen algemene consulaire bijstand, gedetineerdenbegeleiding, reisadviezen, crisisvoorbereiding, reisdocumenten en visa. De evaluatie kijkt ook naar de strategische keuzes die de directie Consulaire Zaken en Visumbeleid (DCV) in de evaluatieperiode heeft gemaakt: centralisatie, digitalisering, het uitbesteden van bepaalde uitvoerende taken en meer aandacht voor de relatie tussen het consulaire veld en andere beleidsterreinen. Het onderzoek wordt gevoed door diverse bronnen, waaronder beleidsdocumenten, interviews met medewerkers op het departement in Den Haag en op de posten en gesprekken met andere stakeholders (o.a. andere overheidsorganen en het bedrijfsleven). Ook is er een deelonderzoek uitgevoerd naar de zogenoemde ‘multikanaalstrategie’ van BZ. De evaluatie wordt opgeleverd in voorjaar 2019.