Afgerond onderzoek - Buitenlandse Zaken

Beleidsdoorlichting non-proliferatie, wapenbeheersing en exportcontrole van strategische goederen (2009-2016) | Laveren met een vaste koers

Deze evaluatie valt onder beleidsartikel 2 van de BZ-begroting – Veiligheid en stabiliteit

Nucleaire ontwapening, non-proliferatie van massavernietigingswapens en wapenbeheersing staan in toenemende mate onder druk van oplopende regionale en mondiale spanningen en afnemende steun voor multilaterale instellingen en verdragen. Dit heeft directe en indirect gevolgen voor de internationale veiligheid en stabiliteit. Het zijn daarmee onderwerpen die voor Nederland van groot belang zijn.

De beleidsdoorlichting focust op het Nederlandse beleid en de Nederlandse internationale inzet met betrekking tot kernwapens, chemische wapens en de exportcontrole van strategische goederen (militaire goederen en zogenoemde dual-use goederen die zowel een civiel als een potentieel militair gebruik kennen). Ook geeft de doorlichting een beeld van de Nederlandse rol bij de totstandkoming van het Wapenhandelsverdrag in 2013.

Tezamen met de beleidsreactie van de ministers van Buitenlandse Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is het rapport op 22 januari aan de Tweede Kamer aangeboden. In opdracht van IOB heeft SIPRI een uitgebreide literatuurstudie naar actuele internationale ontwikkelingen op deze terreinen verricht.

Hoofdbevindingen icoon

Hoofdbevindingen

  • Het ministerie van BZ is een kundige en internationaal erkende speler op het speelveld van non-proliferatie, wapenbeheersing en exportcontrole van strategische goederen.
  • Het heeft het Nederlandse beleid op deze terreinen consequent uitgedragen, al dan niet in samenwerking met gelijkgezinde landen. Het heeft ook gepoogd de internationale dialoog gaande te houden en om stappen te zetten op deze terreinen en concrete voorstellen gedaan om internationale overeenkomsten te versterken en in praktijk te brengen.
  • De uitkomsten van de Nederlandse inzet zijn echter wisselend en worden soms pas na jaren zichtbaar. De mate van doelbereik wordt immers sterk beïnvloed door internationale machtsverhoudingen waarbinnen Nederland een bescheiden positie inneemt. Dat die verhoudingen er de laatste jaren niet op vooruit zijn gegaan, mede door de toenemende internationale spanningen, heeft duidelijk zijn sporen achtergelaten.
  • Op het terrein van de exportcontrole van strategische goederen was Nederland duidelijk strikter dan veel andere Europese landen, zeker als deze goederen voor landen in het Midden-Oosten waren bestemd. Het voldoen aan internationale afspraken stond voorop, zelfs als dit betekende dat het bedrijfsleven werd beperkt in zijn mogelijkheden. Op het terrein van de exportcontrole van militair materieel heeft Nederland een positieve rol gespeeld bij de totstandkoming van het Wapenhandelsverdrag dat bijdraagt aan de regulering van de internationale handel in militair materieel.
Lessen icoon

Lessen

Nederland heeft groot belang bij internationale veiligheid, stabiliteit en naleving van de relevante internationale verdragen. Blijvende Nederlandse betrokkenheid op de verschillende dossiers, hoe weerbarstig ook, blijft daarom essentieel. Internationaal wordt het belang van die betrokkenheid onderschreven. De thema’s die het Nederlandse beleid karakteriseren blijven ook in de huidige internationale context relevant.
Het blijft van belang dat Nederland internationaal aandringt op:

  • Universalisering, naleving en verdere versterking van de bestaande verdragen en internationale overeenkomsten op het gebied van ontwapening, non-proliferatie en exportcontrole. Daarbij wordt specifiek gewezen op het belang van het Non-Proliferatieverdrag, de totstandkoming van een verdrag dat de productie van splijtstofmateriaal voor kernwapens moet verbieden en de inwerkingtreding van het verdrag dat het doen van kernproeven verbiedt.
  • Het tegengaan van de politisering van het debat over het Chemische Wapenverdrag. Terugtrekking uit de internationale organisaties die een cruciale rol spelen bij de uitvoering van deze verdragen is een heilloze weg.
  • Een meer geharmoniseerd Europees exportcontrolebeleid voor strategische goederen. Het gaat daarbij om zowel een meer eenduidige toepassing van de Europese criteria voor de beoordeling van exportvergunningaanvragen voor strategische goederen als om betere informatie-uitwisseling tussen EU-lidstaten over hun exportcontrolebeleid en betere rapportage over de beleidsuitkomsten. Het gaat ook om een EU-brede en striktere naleving van de afspraken over wapenexport naar het Midden-Oosten. Er zijn geen redenen het Nederlandse beleid tegenover de landen die betrokken zijn bij de oorlog in Jemen te versoepelen.
  • Meer transparantie en verificatie als belangrijke vertrouwenwekkende middelen om er zeker van te zijn dat kernwapenstaten hun kernwapens uiteindelijk inderdaad vernietigen, staten geen nieuwe massavernietigingswapens produceren en strategische goederen alleen leveren als dat in lijn is met wat internationaal is afgesproken.

Evaluatie Nederland als gastland voor internationale organisaties

Deze evaluatie valt onder beleidsartikel 4 van de BZ-begroting – Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen.

Bij de uitvoering van het gastlandbeleid is een groot aantal partijen betrokken. De evaluatie beperkte zich tot die maatregelen en aspecten van het vestigingsklimaat die het ministerie van BZ direct of indirect – bijvoorbeeld via overleg en coördinatie met de andere relevante Rijksoverheidsspelers en met de Gemeente Den Haag - kan beïnvloeden. De focus ligt op (1) ontwikkelingen in het gastlandbeleid (2) het vestigingsklimaat en gastheerschap voor internationale organisaties (IO's), en (3) het wervingsbeleid en de ervaringen met het aantrekken van nieuwe IO’s. Het primaire doel was het ministerie van BZ en het overleg van Secretarissen-Generaal (SGO) tijdig van input te voorzien voor het nieuwe gastlandbeleid.

In januari 2018 werd de evaluatie door IOB opgeleverd, ruim op tijd om als bouwsteen te fungeren voor een nieuwe opzet van het beleid gericht op het behouden en werven van internationale organisaties. De belangrijkste aanbevelingen van de studie werden in de beleidsreactie (juli 2018) door BZ en het kabinet omarmd.

Hoofdbevindingen icoon

Hoofdbevindingen

  • De voorgenomen verbetering van het gastlandbeleid sinds de vorige IOB-evaluatie in 2008 is mager geweest. Er was voortdurend onduidelijkheid over, en gebrek aan visie op de taakverdeling, de interdepartementale coördinatie en de kostenverdeling. Ook was er geen breed gedragen afwegingskader voor het bepalen van de hoogte van de investeringen die de Nederlandse staat bereid is te doen voor het werven en behouden van internationale organisaties. Er lijkt geen gevoel van urgentie te zijn geweest.
  • Net als in 2008 leidden uiteenlopende opvattingen tussen ministeries over het gastlandbeleid tot patstellingen. Dit manifesteerde zich vooral op het vlak van de fiscale privileges.
  • De oprichting van de Rijkswerkgroep Intergouvernementele Organisaties (RIO) in 2016 droeg echter wel bij aan een coherentere interdepartementale uitvoering van het beleid. Het ontbreekt echter nog aan een schakel naar het hoogambtelijk politiek-strategisch niveau.
Lessen icoon

Lessen

  • Voer de aanbevelingen uit op het gebied van strategie en beleid die in verschillende eerdere beleidsnotities zijn toegezegd, waaronder het opstellen van een integrale strategische visie, inclusief afwegingskader en een rijksbreed budget.
  • Coherent gastandbeleid vraagt om een evenwichtige, rijksbrede institutionele structuur. Verbind het technisch-operationele niveau van de RIO en de werkgroepen met het politieke en hoogambtelijk strategische niveau.
  • Zorg voor betere monitoring van de ontwikkeling en uitvoering van het gastlandbeleid, inclusief systematische monitoring van incidenten, klachten en doorlooptijden.

Beview of the monitoring systems of three projects in Syria | AJACS, White Helmets and NLA

Deze evaluatie valt onder beleidsartikel 2 van de BZ-begroting – Veiligheid en stabiliteit

Het implementeren en monitoren van projecten in conflict- en oorlogssituaties zoals in Syrië is uitdagend. Door veiligheidsrestricties is het voor externe projectuitvoerders vaak onmogelijk om zelf de voortgang van dergelijke projecten te monitoren. Dit wordt verder bemoeilijkt door de complexe en immer veranderende situatie ter plekke. Adequate monitoring is echter essentieel om flexibiliteit in de projectimplementatie te waarborgen. Het is daarnaast van groot belang dat donoren en uitvoerende organisaties elkaar goed op de hoogte houden van (nieuwe) mogelijkheden, risico’s en (potentiële) beperkingen voor de uitvoering van projecten.

Deze korte review beoordeelt de kwaliteit van de monitoringssystemen van drie door Nederland gesteunde programma’s in Syrië (White Helmets, AJACS en NLA). Het onderzoek gaat in op de vraag of de monitoringssystemen voldoende garanties bieden om risico’s tijdig te kunnen detecteren. De review velt geen inhoudelijk oordeel over de programma’s, richt zich niet op incidenten en brengt geen effecten in kaart.

Hoofdbevindingen icoon

Hoofdbevindingen

  • Bij het uitvoeren van programma’s op afstand in conflictgebieden zoals Syrië zijn risico’s op onregelmatigheden of malversaties niet uit te sluiten.
  • Alle onderzochte programma’s hebben monitoringssystemen opgezet die bijdragen aan het tijdig detecteren van en ingrijpen bij eventuele onregelmatigheden.
  • IOB heeft echter onvolkomenheden aangetroffen in de monitoringssystemen die de kwaliteit, volledigheid en objectiviteit van de monitoring van risico’s onder druk zetten. Ook zijn er aandachtspunten gesignaleerd ten aanzien van de managementcultuur binnen de betrokken organisaties en de transparantie en coördinatie tussen de verschillende partners.
  • IOB beoordeelt de monitoring van AJACS en de (twee) NLA programma’s als toereikend en van de White Helmets als (vooralsnog) ontoereikend. White Helmets werkt echter aan verbetering.